Verlichting en verwarming
Word vriend
1100 jaar kerkgeschiedenis

Verlichting en verwarming

Kaarsenkroon

Op bijgaande tekening van George de Bruin uit 1912 is te zien dat de verlichting in die tijd bestaat uit koperen kroonluchters met kaarsen. Sinds wanneer ze daar hangen is ons niet bekend, en ook niet tot wanneer. Licht is belangrijk, zodat de teksten gevolgd kunnen worden en de psalmen gezongen. Het lijkt erop dat er in het klankbord van de preekstoel een ronde opening zit waardoor de predikant een beetje licht krijgt. Onder het klankbord is het minder licht. Op de tekening is verder te zien dat een diaken of kerkvoogd rondgaat met een collectezak met lange steel.

Tekening van een kerkdienst in Ellecom in 1912 door George de Bruin.
Tekening van een kerkdienst in Ellecom in 1912 door George de Bruin.
Foto oorspronkelijke petroleumlampen, nu in particulier bezit. Foto E.D.
Foto oorspronkelijke petroleumlampen, nu in particulier bezit. Foto E.D.

Petroleumlampen

Na de kaarsenkronen zijn er naar schatting tien petroleumlampen in de kerk gekomen, een prachtig gezicht, maar veel werk voor de koster. Het koper moet van tijd tot tijd worden gepoetst en de olie moet worden aangevuld. Ze hebben er tot 1945 gehangen.

Kroonluchter

De geelkoperen kroonluchter, die nu in het koor hangt is in 1948 geschonken door de gemeenteleden van de Hervormde Gemeente van Ellecom , als bekroning op de eerste restauratie. Bij die restauratie is voor het eerst elektriciteit aangelegd. Deze kroonluchter wordt een balkroon genoemd. Zulke balkronen zijn een vast onderdeel van het Nederlandse kerkinterieur. Oorspronkelijk met kaarsen, later elektrisch, zoals deze, met twee rijen van acht armen boven elkaar.  De grote bal  aan de onderzijde houdt de kroon in balans en reflecteert het licht. De acht  mooie koperkleurige lampjes in het schip dateren ook uit 1948.

Foto nieuwe kroonluchter in 1948
Foto nieuwe kroonluchter in 1948

Verwarming

Vele eeuwen is er geen verwarming in de kerk geweest. Waarschijnlijk brachten de mensen een stoof met kooltjes mee om hun voeten warm te houden. Pas in de twintigste eeuw komt er een kolenkachel in de kerk. Er is een tijd dat de kolen worden bewaard in de ruimte onder de toren. Tot aan 1945 is er immers een zij ingang naast de toren. Tijdens de restauratie van 1964 wordt de kolenkachel vervangen door twee oliekachels. Eén grote kachel staat rechts naast de preekstoel, tegen de koormuur, de andere, iets kleinere kachel tegen  de noordmuur.

In de winter van 1982-1983, raakt de kleine kachel oververhit, zodat er bijna brand komt. Dat is een aanleiding om de oliekachels te vervangen door vier gaskachels, die als muurkachels tegen de buitenmuren staan, tot op de huidige dag.